We zijn er bijna, we zijn er bijna, maar nog niet helemaal…

Als de populatie in de zwembadkantine bij het naderend afzwemmen een afspiegeling zou zijn van de staat van de wereld, dan was er sprake van een smerige loopgravenwereldoorlog. Maar weinig moeders kunnen bij een naderend afzwemmen van hun kroost hun duistere kanten verborgen houden. Afpersing, chantage, verwensingen, bedreigingen en omkoperij zijn aan de orde van de dag zodra het a-diploma in zicht komt.

Nu zwemt ieder kind in principe af op het moment dat het eraan toe is. Echter vanwege de lange zomersluiting, wordt ernaar gestreefd de kinderen voor die tijd afzwemklaar te maken, indien haalbaar. Dat wel natuurlijk. Maar nu wil het geval dat deze zomersluiting dit jaar extra lang duurt vanwege renovatie van het zwembad. De moeders aan de zijlijn trekken dit nauwelijks. 4 juni sluit het zwembad al en het verlossende woord over wie er vóór die tijd een zwemdiploma in zijn of haar bezit heeft zit gevangen in de badmeester. De vraag is nu natuurlijk: hoe krijg je het eruit?!

Vanuit de kantine hebben we als ouders zicht op het zwembad. Zaten de ouders in het begin nog lekker te kletsen, inmiddels zijn alle vaders afgehaakt en worden broertjes en zusjes zo veel mogelijk thuisgehouden voor optimale concentratie van de moeders over wat er in het water gebeurt. De voorhoofdafdrukken staan permanent op de glazen wand en dat de neuzen nadien nog in de juiste vorm terugspringen mag een wonder heten.
Wat de meester tegen de kinderen zegt kunnen wij niet horen. Wat de moeders over de meester en zijn lessen zeggen hoort hij ook niet. Ik denk dat dat voor de lieve vrede ook beter is. Zolang de kinderen niet mogen afzwemmen deugen zijn lessen en zijn visie niet en wordt hij veranderlijk genoemd. Dat paniekerige kinderen toch weer een kurkje om krijgen is zijn schuld en dat het jongetje met kurk het nu voorzichtig zonder mag proberen deugt ook niet. Hij laat ze te vrij, hij houdt ze te kort, maar wat hij ook beslist, het zal niet in goede aarde vallen. Tenzij de beslissing inhoudt dat ze mogen afzwemmen.
Er wordt gebonkt op de ramen om “mees” te attenderen op de kinderen in zijn groep. Er wordt gebiecht over wat er beloofd is als de kinderen zorgen dat ze mogen afzwemmen vóór de zomervakantie. Tere kinderzieltjes worden omgekocht met i-pads in ruil voor prestatie en sommigen eten iedere woensdag friet op voorwaarde dat er fatsoenlijk gezwommen wordt.

Tegen het einde van een zwemles met gespannen moederlijke nekspieren en zwetende lijven gebaart “mees” ons naar het bad. Als lammetjes op weg naar de slachtbank lopen we de chloordampen in, de meesten met een licht gebogen hoofd. Ik verbaas me over de slachtofferige houding na de strijdkreten van zonet.
Uiterlijk draagt hij een stapel brieven over de drie maanden durende zomersluiting, innerlijk draagt hij het zwemlot van onze kinderen.
Al snel worden mijn zoon en een ander jongetje vrijgesproken van rampspoed en inhaallessen en volgt de wildcard tot het examen. De andere moeders horen het vonnis over hun kroost: extra lessen tot aan 4 juni plus op zondag extra zwemmen, maar of het genoeg is? Het zal afwachten zijn. Wellicht loont de moeite niet.
Eén moeder druipt af, de rest draagt haar lot. Zo lijkt het. De verslagenheid is groot. Hoe moet het nu verder? In de kleedkamer hangt een beladen stilte. Zojuist stierf de hoop op een soepele afloop en een zwemdiploma in de zomer. De bandjes gaan mee op zonvakantie en dat is een grote tegenslag, de moeders rouwen. Als ik mijn kind complimenteer voor zijn harde werken voel ik de messen in mijn rug. Ik geef hem een kus en verwens de moeder met de grootste bek.

Als we na zwemles nog een ijsje eten om te vieren dat ons kind na veel oefenen eindelijk mag afzwemmen dreint er een meisje aan de hand van de loedermoeder wier messen ik in mijn rug voelde in de kleedkamer. ‘Mam het is zo warm, mag ik ook een ijsje?’ vraagt het kind. ‘Nee! Dat mag je niet! Zolang je niet afzwemt krijg je geen ijs!’ Het kind wordt aan haar armpje voortgetrokken en ik blijf verbijsterd zitten. Ik wens sterk dat deze moeder bevangen is door de extreme warmte die zich zo onverwacht in april al aandient en dat het niet haar echte karakter is dat ik nu zie. Ik ben dankbaar dat mijn zoon op eigen kracht en zonder haken en ogen mag afzwemmen, gewoon omdat hij eraan toe is.

Zwemles-vroeger

Een gedachte over “We zijn er bijna, we zijn er bijna, maar nog niet helemaal…

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: