Het leed dat juffenverjaardag heet

Ik kan dit niet. Ik heb de naam een betrokken moeder te zijn maar dat ben ik niet. Echt. Ik probeer het heus maar in de praktijk ben ik hopeloos.
De vriendin die zich volkomen terecht mijn rechter hersenhelft noemt appte me terloops over bakpraktijken voor de verjaardag van de juf onzer dochters morgen.
‘Verjaardag…’ dacht ik. ‘Verjaardag….’ Ik zit inmiddels in zachte en vormeloze kleding op de bank naar mijn bed te verlangen.

En dan… alsof er een schakelaar omgezet wordt beseft ik dat ze morgen in pyjama dan wel verkleed op school verwacht wordt. Goddank! Net op tijd! Mijn vermoeide lijf incasseert mijn net geredde reputatie maar dan: BAM! ‘Bakken?!’

Ik check het online cummunicatiekanaal van school met de ouders en zie vol afschuw de bevestiging: ‘als de kinderen zelf iets zouden willen bakken zou dat fijn zijn.’
Die ene avond dat mijn kind nou eens vroeg in bed lag pakt het helemaal verkeerd uit! Met een noodgang slepen we dochterlief voor de nachtrust weg en zetten haar aan het werk. EEN CADEAU! VLUG! Hoe is het mogelijk dat ik in alle situaties waarin de verjaardag van welke juf of mees dan ook gevierd werd faalde? Slaagde ik erin een kind verkleed op school af te leveren, dan zag ik tot mijn afschuw dat iedereen een cadeau bij zich had, behalve mijn zoon of dochter.
Had ik wel een cadeau, dan bleek ik wel iets anders gemist te hebben.
Nooit zou me dit meer gebeuren! Maar nu zit ik met mijn net niet fitte gestel te wachten tot mijn vermoeide dochter een cadeau gefabriceerd heeft. Een cadeau van niks ook nog! Dat is niet haar schuld maar de mijne.

Terwijl ze zwoegt en ploegt denk ik koortsachtig na over een alternatief. Heb ik een plant? Een vergeten cadeauverpakking? Een fles shampoo dan? Kan ik een half brood inpakken? Uit ieder vakje van de theedoos een zakje? De moed zakt me in de schoenen.

Treurig is het. Dieptreurig en in en in triest. Ik zou me schuldig moeten voelen vanwege de gemiste slaap en dat lukt. Zowel voor mezelf als voor mijn kind dat met slechts één oprecht item op school verschijnt morgen: slaapgebrek!
Ik maak het goed met jullie beide: juf en dochter. Als ik dat tenminste niet vergeet…

Nachtelijk dank!

Omdat ik ervan overtuigd ben dat negativiteit ook negativiteit uitlokt, probeer ik het leven vanuit positief oogpunt te benaderen.

Respect, eerbied en dankbaarheid zijn daarbij woorden die hoog in het vaandel zouden mogen staan.

Laat ik daarom van deze gelegenheid gebruik maken om onze jongste dochter te bedanken. Ik wil haar bedanken voor alle keren dat ik de zon heb zien ondergaan en weer heb zien opkomen. Voor alle nachtdieren die ik met haar medewerking heb mogen zien. Voor de prachtige maan die ik in ieder stadium voorbij heb mogen zien komen en voor alle nachtelijke uren waarin ik met al mijn vrienden en vriendinnen diepgaande gesprekken heb kunnen voeren. Die verlopen toch intenser tussen 02.00 en 03.00 ’s nachts. Dankjewel lief kind voor al deze exclusieve ervaringen en dat ik, absolute geheelonthouder van verdovende middelen, tóch heb mogen ervaren hoe het voelt om me in een absoluut dilerium te bevinden. Het bijbehorende gevoel van vrolijkheid en geestelijke ruimte hoop ik te ervaren na een nacht met wat slaap. Maar wat niet is kan nog komen natuurlijk.

 

Placeholder Image

Afscheid

Ik ben de magische dertig jaar gepasseerd en stik daarmee in de grijze haren en de wijsheid. Terwijl ik mijn haren trouw in de verf zet denk ik regelmatig na over de loop van het leven.

Steeds vaker besef ik dat je levensloop niet alleen bepaald wordt door wat je zelf doet maar voor het overgrote merendeel door je medemens. De paden die je bewandelt hangen af van of anderen je willen helpen of laten aanmodderen, van of iemand voor je wil werken of liever niet. Van die ene toffe meester die zijn nek voor je uitsteekt of van een buurvrouw die in je gelooft. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat de loop van je leven in zeer grote mate afhangt van wie je tegenkomt en wat die mensen voor jou in petto hebben, al zijn ze “slechts” een tante, een juf, een trainer of iemand die je terloops tegenkomt.

Je kunt alleen maar hopen dat je mensen treft die jou de moeite waard vinden en die jou de hand reiken. Aan ons als ouders de schone taak om de kinderen zich niet al te afschrikwekkend te laten gedragen en zo te vormen dat behulpzaamheid iets vanzelfsprekends wordt.

Peuters zijn overigens veelal knap afschrikwekkend. Het filter voor sociaal wenselijk gedrag is nog volop in ontwikkeling en ze zijn regelmatig niet erg gezellig. Dat mijn peuter desondanks toch nu al door een mooi mens gevormd is, is een kostbaar goed.

Vandaag sloot zij haar turbulente peutertijd af en nam ze afscheid van de peuterspeelzaal en de daarbij behorende gouden juf. Maartje mocht Maartje zijn, twee jaar lang.

Een leven zonder peuter in huis is een gekke gedachte, maar eerlijk is eerlijk, ook een bevrijdende. Drie kinderen op dezelfde tijden op dezelfde plek, op dezelfde school. Een flinke verademing in de logistieke operaties die onze weken behelsen. Onze peuter is geen peuter meer en daarmee een stuk toegankelijker, wellicht ook voor alle betekenisvolle types die haar verder helpen op weg naar een mooi leven. Ik hoop dat ze rijendik op haar staan te wachten.

20180712_114135

Compensatievla

– ‘Oh! My! God! Dit trek ik niet!’
– ‘Wat is het? Wat is het?!’
– ‘Dit!’
– ‘O nee toch…’
– ‘Ja, echt!’

Intussen klinken geluiden als uit de donkerste krochten van de aarde in een film over zombies. En enige tijd later hoor ik:

– ‘Nou, ik heb het gered!’
– ‘Wow, écht?? Ik kom hier nooit meer weg denk ik.’

Onze zoon checkt bovenstaande bewering en knikt dan instemmend en vol ongeloof:
– ‘Nee. Jij hebt écht een probleem. Maar mij is het al gelukt, ik ben hier weg!’

Bovenstaande is geen scène uit een macabere film, dit is geen onderduiksituatie in een gifgasaanval, dit, beste mensen, is de reactie op een maaltijd die ik heb staan koken na twee werkdagen, na het naar bed brengen van de kinderen, na het fatsoeneren van het huis en vóór het moment dat ik om 22.30 echt niet meer op mijn benen kan staan.

Op de dagen dat mijn man en ik allebei werken, kook ik de avond van tevoren op onmenselijke tijden namelijk alvast voor de dag daarna zodat we op een soort van fatsoenlijk tijdstip kunnen eten, of om de maaltijd mee te kunnen geven naar de gastouder. Ik blijf mezelf dwingen tot dit soort rituelen omdat ik weet dat ik mezelf er de dag daarna heel dankbaar voor ben niet nog te hoeven koken om 19.00. De enige die dankbaar is ben en blijf ik echter alleen zelf.
Kokhalzend, analyserend, hengelend en de maaltijd voor zoveel mogelijk zaken onderbrekend zweten ze zich door een minimale hoeveelheid voedsel heen om zich daarna als uitgehongerde beesten op het toetje te storten. Maar daar beste mensen, daar stuiten ze dan toch op een limiet. Een toetje is prima, maar een liter compensatievla niet. De blikken vol pure minachting en verontwaardiging vliegen ruimschoots over de tafel. Inmiddels weten ze die gelukkig wel onuitgesproken te laten.

Ik probeer nog wat genot uit mijn eigen maaltijd te halen en ben mezelf dankbaar dat ik wederom een voedzame maaltijd op mijn bord heb na een lange werkdag. Fijn dat ik me daar de avond tevoren voor ingespannen heb. De kinderen praten er uitgebreid over na en vieren hun overleving, complimenteren elkaar met het doorstaan van een dergelijke afgrijselijke beproeving: ‘er zat gewoon gróénte in hè, heb je dat gezien?!’ ‘Ja joh, ze begrijpt echt niet dat we dat niet lusten!’ ‘Nee…’ ‘Nee…’

Gebroederlijk gaan ze hun weg. Ik tel mijn zegeningen en bedenk dat de avondmaaltijd in elk geval veel saamhorigheid brengt. Kinderen… je krijgt er zoveel moois voor terug…

 

 

 

naamloos

 

 

Wedstrijdje

Screenshot_20180630-164726_Video Player.jpgSommige activiteiten zijn graadmeters voor de groei van je kind(eren). Neem nou zwemmen. Zoonlief haalde zijn A-diploma vóór de zomer. Na twee keer drijfmiddelloos zwemmenvertier is zijn zelfvertrouwen en intense gevoel van vrijheid inmiddels zo groot dat hij geen glijbaan meer normaal af kan: alleen nog ondersteboven, achterstevoren, duikend, coole moves makend terwijl hij ‘gast’ roept naar iedereen die voor communicatie met hem in aanmerking komt. Dit alles viel me vandaag zo op tijdens een middag zwemmen…

‘Zijn hele tred is kleuter-af. Evenals zijn lengte, interesses en bezigheden. Het is gebeurd. Als een slangenhuid heeft hij zijn jongste jaren afgeworpen. Hij is totaal verveld.

Zijn ontwikkeling zet die van zijn peuter-/ kleuterzusje in de schaduw. Zij is echt nog klein. Zijn zus probeert hij bij te houden, uit te dagen. ‘Wedstrijdje zwemmen?’ vroeg hij haar vanmiddag met uitdagende blik. Gegroeid als ook zij is, ging ze de uitdaging aan en won met gemak. Ze is trots op haar duik en haar schoolslag en ik ook. Die is inmiddels zwemles-af (en zwemverenigingwaardig) en ziet er smooth uit. Groots ook. En beheerst.

Met de wedstrijd die één baan in beslag nam zette ze hem terug op zijn plek van jonger broertje. Hij sputterde zoals alleen een jonger broertje dat kan en zij? Zij voelde zich de koning te rijk. Ze zou papa wel even laten zien wat ze allemaal kon. Die sportieve genen komen echter van hem. Hij daagde haar op zijn beurt uit: ‘wedstrijdje?’ Ze kreeg een voorsprong en dat maakte het nep. Het zette haar terug op haar plek van kind van acht. De oudste weliswaar, maar toch.

Prachtige wed-ijver. En hoewel ik met sport niets te maken wil hebben behalve het strikt noodzakelijke, vind ik dit een prachtige ontwikkeling. Strijd de strijd maar in competitie.

Rijst bij mij nu wel de vraag welke sport ik kan inzetten om ze tot stilte te manen en ze in slaap te overwinnen. Iemand suggesties?

Ondersteboven

IMG-20180625-WA0007.jpegVoor haar achtste verjaardag kreeg onze oudste dochter veel nieuw tekenmateriaal. Zodra we na haar verjaardagsfeest thuiskwamen installeerde ze zich met haar nieuwe spullen en ging ze aan de slag. Onder de nieuw verkregen spullen was een boek met daarin allerlei afbeeldingen uit verschillende kunststromingen. De pop-art trok haar aandacht en de tekening die ze maakte baseerde ze op wat ze daarover in het boek zag. Beschrijvingen lezen doet ze niet, kijken wel. Goed kijken.

Het tekenpapier lag liggend voor haar. Het boek had ze als staande afbeelding voor zich, terwijl hij toch liggend gedrukt was… gekanteld dus.

Ik verbaasde me over hoe de gekantelde afbeelding voor inspiratie zorgde. Waarom lag hij niet recht? Bij navraag bleek ze dit niet eens in de gaten te hebben. Afgezien van de strubbelingen die het oplevert als je alles wat je ziet ongelimiteerd in je hoofd van alle kanten kunt bekijken, brengt het ook veel moois.

Ze bezit daarmee een portie flexibiliteit die ik mis en haar belevingswereld is veel intenser en boeiender dan de mijne op dezelfde leeftijd. Ze heeft niets of niemand nodig om productief te zijn, zich te vermaken of gelukkig te zijn.

Maar goed. Hoe bewonderenswaardig ook, en hoezeer ze ook in een moeilijk te bereiken droomwereld kan leven, ze wordt verrassend helder als het erop aankomt ervoor te zorgen dat wij als ouders niet van die prachtige flexibiliteit kunnen meegenieten. In het gezin waarin niemand van de kinderen nog fatsoenlijk kan lezen of schrijven zijn er ongeschreven regels opgesteld met onzichtbare pennenstreken, op onzichtbaar papier. Het zijn streken met onzichtbare inkt, vertaald naar een duidelijk zichtbare, onmogelijke en ingewikkelde houding in het echte leven op het moment dat wij als ouders, bijvoorkeur indien vermoeid om tal van redenen, hopen op die kleurrijke wereld vol flexibele mogelijkheden mee te liften.

Helaas. Een kind blijft een kind en wij zijn volwassen. Dat laatste is helaas, het eerste overigens niet. Dat ouder worden is leuk tot op zekere hoogte maar het maakt me soms ook dwars. Dwarser dan waar iemand nog inspiratie uit kan opdoen. Gelukkig zijn er dan nog de tekeningen die me weer blij maken.

Koningsdag

Ik word wakker van een klik. Zodra ik mijn ogen opendoe zie ik onze peuter, gewapend met een geladen nerfpistool. De houding van de kat, oog in oog met de peuter, is veelzeggend over de sociale verhoudingen in huis: onze peuter die peutert en wij bewegen daar soepeltjes maar mét ontzag omheen. We geven haar zeker niet in alles haar zin, maar deinen zachtjes mee op haar bewegingen van protest, eisen en machtsstrijd. We laten haar niet winnen maar ze bepaalt wel degelijk hoe het één en ander verloopt in onze missie om stampij te omzeilen. En tóch wordt het allemaal wel een stuk makkelijker. Een groeispurt betekent veelal een enorme stap terug en dan twee weer vooruit. De stand van zaken is momenteel twee stappen terug en eentje weer vooruit, er is nog één hobbel te nemen, vermoedelijk de allerlaatste voordat ze geen peuter meer is.

Vandaag is de koning jarig. Er zijn vrijmarkten en de kinderen zijn er alledrie erg mee bezig in hun hoofd: ‘mogen we alsjeblieft…’ Naar een vrijmarkt met een zwaarbewapende peuter voelt niet erg relaxed maar thuisblijven lijkt geen optie. We maken afspraken die geen ruimte overlaten voor eigen invullingen, bekijken de inhoud van de spaarpotten en bespreken wat we wel en niet kopen. Knuffels en stuiterballen zijn uit den boze en alle andere losse zooi eigenlijk ook. Boeken en knutselspullen mogen wel, evenals aanvullingen op collecties die we al hebben: blokken, lego, Barbies etcetera. Papa blijft thuis vanwege grandioos slaapgebrek en dus zet ik als een spiderman drie lijntjes uit naar mijn kinderen.

Eenmaal op de vrijmarkt gaat het goed. Ik kijk mijn ogen uit naar m’n troubadours die overduidelijk een jaar ouder zijn. Er wordt onderhandeld, er wordt geld geteld en onze zoon durft zelfs af te dingen. De gewapende peuter voelt aan alles dat ze niet mee kan doen. Ze heeft een eigen portemonnee maar al het geld boven een euro beheer ik, ze moet aan de hand lopen en wil van ieder kleed wel iéts kopen en het is nooit iets moois. Ik weiger met steeds minder geduld bij alles wat ze aanwijst. Een zeurderig jengeltje kondigt de oorlog aan, ik hoor de klik van het geladen wapen in mijn oren en ik besef dat ze serieus genomen moet worden.
Ik geef haar niet langer mijn hand maar die van haar zus. Ze mag voorop lopen en de voldoening straalt van haar rug af. Ik kondig aan nu gericht te zoeken naar iets wat zij leuk vindt en dat de oudsten dit klakkeloos accepteren illustreert hun groei. Ik dank ze hardop en inwendig en al snel hebben we beet: een afzichtelijke plastic koffer met de sinds een jaar felbegeerde doktersspullen. Ik beweeg iets mee door de regel tegen losse zooi even te parkeren, stop wat geld in haar portemonnee waarna ze zelf mag betalen. De vrijmarkt wordt een groot succes waarin iedereen zich gezien en gehoord voelt, ook ik.

In het geweld van diverse fases van het jonge kind merk ik dat ik het soms lastig vind haar het vertrouwen te geven en de ruimte om ook haar groei te laten zien. De buien zijn soms zo heftig en de fases zo intensief en langdurig, gevoed door slaapgebrek en jengelintolerantie dat dit het beeld op het kind wat vertroebelt, ik ben ook maar een mens. Gelukkig heeft ze een wapen waarmee ze me kan waarschuwen.

 

Makker

Je eerste vis vangen is een mooie stap op weg naar mannelijkheid. Gisteren was daar het moment voor onze zoon. Zes jaar. Zijn eerste vis. Hij ving hem welleswaar niet met zijn blote handen, maar toch. Het effect was groots.
Op de heenweg verkondigde hij dat ik geen boodschappen hoefde te doen die dag. Hij zou vissen vangen voor op de barbecue. Hij zou ze allemaal bakken en ons te eten geven, zoals het een echte man betaamt. Nou hebben wij geen hengelsportambities of –verstand, maar een schepnet en emmer hadden we wel. Het wonder vond plaats in de Blauwestad.
Het duurde even voor hij de slag te pakken had. Dat die vissen niet spontaan en vrijwillig in zijn net zwommen vond hij maar stom. Hij knielde langs het water en bedacht dat als de vissen niet wilde komen, hij dan de andere waterdiertjes, die er wel in grote getale waren, wel uitgebreid kon bestuderen.
In alle rust kletste hij met schrijvertjes, slakjes en wezens die we in geen enkele categorie konden plaatsen. Zijn fantasie nam hem mee. Hij beleefde grootse avonturen met vuurslakken en bliksemvissen. Hij leerde de schrijvertjes dat zijn naam met een O begint en verloor zichzelf in een prachtige innerlijke wereld.
In al die rust en in de warme zon was er uiteindelijk één vis die besloot hem tegemoet te komen in zijn wens om hem te vangen. Het kleine beestje kwam naar hem toe gezwommen en in één soepele beweging zat hij in het net. Mijn zoon ving een vis en zijn trots straalde een rondje om de wereld. Na hem aandachtig bekeken te hebben gaven we hem zijn vrijheid terug. Zoonlief sprak plechtig en met trillend lipje: ‘dag makker, ik zal je missen.’ We sjokten nog wat rond het water maar de glans was eraf. Makker verdween uit het zicht.

Met de barbecue werd het niks. In de praktijk bleef het bij dit ene kleine diertje. Het zou niet genoeg zijn voor ons allemaal, dus togen we naar Albert Heijn voor een alternatief.
Al snel overheerste gelukkig toch de euforie, het was hem maar mooi gelukt. Maar hoe zou het hem toch vergaan, daar in het koude water? En had hij eigenlijk wel een zwemdiploma? ‘Ik mis mijn makker, mam…’ Konden we nog terug om nog even te zwaaien? Nee. Mijn houding was ferm en onverbiddelijk. Daar zouden we niet aan beginnen. Ik glimlachte bij het idee dat die stap naar mannelijkheid gelukkig nog even op zich liet wachten. Mijn grote kleine knulletje… En terwijl ik een stronk broccoli in onze kar legde brulde hij door de winkel: ‘wow, een tv… ik ga kijken!’ Ik stond even stil en besefte: hoeft geen man te worden. Hij is er al één.

We zijn er bijna, we zijn er bijna, maar nog niet helemaal…

Als de populatie in de zwembadkantine bij het naderend afzwemmen een afspiegeling zou zijn van de staat van de wereld, dan was er sprake van een smerige loopgravenwereldoorlog. Maar weinig moeders kunnen bij een naderend afzwemmen van hun kroost hun duistere kanten verborgen houden. Afpersing, chantage, verwensingen, bedreigingen en omkoperij zijn aan de orde van de dag zodra het a-diploma in zicht komt.

Nu zwemt ieder kind in principe af op het moment dat het eraan toe is. Echter vanwege de lange zomersluiting, wordt ernaar gestreefd de kinderen voor die tijd afzwemklaar te maken, indien haalbaar. Dat wel natuurlijk. Maar nu wil het geval dat deze zomersluiting dit jaar extra lang duurt vanwege renovatie van het zwembad. De moeders aan de zijlijn trekken dit nauwelijks. 4 juni sluit het zwembad al en het verlossende woord over wie er vóór die tijd een zwemdiploma in zijn of haar bezit heeft zit gevangen in de badmeester. De vraag is nu natuurlijk: hoe krijg je het eruit?!

Vanuit de kantine hebben we als ouders zicht op het zwembad. Zaten de ouders in het begin nog lekker te kletsen, inmiddels zijn alle vaders afgehaakt en worden broertjes en zusjes zo veel mogelijk thuisgehouden voor optimale concentratie van de moeders over wat er in het water gebeurt. De voorhoofdafdrukken staan permanent op de glazen wand en dat de neuzen nadien nog in de juiste vorm terugspringen mag een wonder heten.
Wat de meester tegen de kinderen zegt kunnen wij niet horen. Wat de moeders over de meester en zijn lessen zeggen hoort hij ook niet. Ik denk dat dat voor de lieve vrede ook beter is. Zolang de kinderen niet mogen afzwemmen deugen zijn lessen en zijn visie niet en wordt hij veranderlijk genoemd. Dat paniekerige kinderen toch weer een kurkje om krijgen is zijn schuld en dat het jongetje met kurk het nu voorzichtig zonder mag proberen deugt ook niet. Hij laat ze te vrij, hij houdt ze te kort, maar wat hij ook beslist, het zal niet in goede aarde vallen. Tenzij de beslissing inhoudt dat ze mogen afzwemmen.
Er wordt gebonkt op de ramen om “mees” te attenderen op de kinderen in zijn groep. Er wordt gebiecht over wat er beloofd is als de kinderen zorgen dat ze mogen afzwemmen vóór de zomervakantie. Tere kinderzieltjes worden omgekocht met i-pads in ruil voor prestatie en sommigen eten iedere woensdag friet op voorwaarde dat er fatsoenlijk gezwommen wordt.

Tegen het einde van een zwemles met gespannen moederlijke nekspieren en zwetende lijven gebaart “mees” ons naar het bad. Als lammetjes op weg naar de slachtbank lopen we de chloordampen in, de meesten met een licht gebogen hoofd. Ik verbaas me over de slachtofferige houding na de strijdkreten van zonet.
Uiterlijk draagt hij een stapel brieven over de drie maanden durende zomersluiting, innerlijk draagt hij het zwemlot van onze kinderen.
Al snel worden mijn zoon en een ander jongetje vrijgesproken van rampspoed en inhaallessen en volgt de wildcard tot het examen. De andere moeders horen het vonnis over hun kroost: extra lessen tot aan 4 juni plus op zondag extra zwemmen, maar of het genoeg is? Het zal afwachten zijn. Wellicht loont de moeite niet.
Eén moeder druipt af, de rest draagt haar lot. Zo lijkt het. De verslagenheid is groot. Hoe moet het nu verder? In de kleedkamer hangt een beladen stilte. Zojuist stierf de hoop op een soepele afloop en een zwemdiploma in de zomer. De bandjes gaan mee op zonvakantie en dat is een grote tegenslag, de moeders rouwen. Als ik mijn kind complimenteer voor zijn harde werken voel ik de messen in mijn rug. Ik geef hem een kus en verwens de moeder met de grootste bek.

Als we na zwemles nog een ijsje eten om te vieren dat ons kind na veel oefenen eindelijk mag afzwemmen dreint er een meisje aan de hand van de loedermoeder wier messen ik in mijn rug voelde in de kleedkamer. ‘Mam het is zo warm, mag ik ook een ijsje?’ vraagt het kind. ‘Nee! Dat mag je niet! Zolang je niet afzwemt krijg je geen ijs!’ Het kind wordt aan haar armpje voortgetrokken en ik blijf verbijsterd zitten. Ik wens sterk dat deze moeder bevangen is door de extreme warmte die zich zo onverwacht in april al aandient en dat het niet haar echte karakter is dat ik nu zie. Ik ben dankbaar dat mijn zoon op eigen kracht en zonder haken en ogen mag afzwemmen, gewoon omdat hij eraan toe is.

Zwemles-vroeger

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑